Verantwoording
Wat is het doel van de VleesWijzer?
Hoe werkt de VleesWijzer?
Waarop is de VleesWijzer gebaseerd?
Hoe zijn de milieuscores tot stand gekomen?
Hoe zijn de dierenwelzijnsscores tot stand gekomen?
Welke conclusies dienen zich aan?
Worden die conclusies gestaafd door andere rapporten?
Wat is de toegevoegde waarde van de VleesWijzer?
Wat is het doel van de VleesWijzer?
Voor de productie van vlees is veel energie, water, ruimte en veevoer nodig. De gevolgen hiervan zijn verlies aan natuur, opwarming van de aarde, verzuring en vermesting van de bodem. De productie van vlees heeft ook gevolgen voor de dieren in kwestie. Zo komt bij het grootschalig en kostenefficiënt houden van dieren het dierenwelzijn al snel in het gedrang. De VleesWijzer beoogt beide aspecten inzichtelijk te maken via een eenvoudige ranglijst met afzonderlijke scores voor milieu en dierenwelzijn.
Hoe werkt de VleesWijzer?
De Vleeswijzer geeft een overzicht van de gevolgen van de productie van verschillende soorten vlees en vleesvervangers voor het milieu en het dierenwelzijn. Middels een puntensysteem, weergegeven met hele en halve bolletjes, kan de consument zien hoe een product scoort op deze twee gebieden. Het gemiddelde van de twee scores bepaalt de totaalscore en de plek van het product op de ranglijst. Zo scoort tofu zeer goed op beide gebieden en staat daarom hoog op de lijst. Kip scoort goed op milieu, maar zeer slecht op dierenwelzijn en eindigt daarom lager op de lijst.
Waarop is de Vleeswijzer gebaseerd?
De milieuscores in de VleesWijzer zijn gebaseerd op het rapport Naar een gecombineerde meetlat voor milieu- en dierenwelzijn van Blonk Milieu Advies. De scores maken duidelijk in welke mate de productie van verschillende soorten vlees en vleesvervangers belastend is voor het milieu.
De milieuscores worden aangevuld door dierenwelzijnsscores. Deze zijn gebaseerd op het rapport Kiezen voor dierenwelzijn, ontwikkeld door etholoog dr. Francien de Jonge en het Kennispunt Bètawetenschappen van de Universiteit Utrecht. De scores laten zien hoe dier(on)vriendelijk de productie van de betreffende vleessoorten en vleesvervangers is.
Voor de uiteindelijke ranglijst van de VleesWijzer is het gemiddelde genomen van de milieuscores en de dierenwelzijnsscores.
Hoe zijn de milieuscores tot stand gekomen?
De milieugevolgen van vleesproducten en vleesvervangers zijn met behulp van de meest recente inzichten wat betreft LCA-modellering, waarbij LCA staat voor levenscyclusanalyse. Voor de milieuscores is gekeken naar de belangrijkste milieueffecten vanaf de productie van grondstoffen, zoals veevoer, tot het moment waarop het product in de schappen van de supermarkt ligt. Voor de berekeningen heeft Blonk Milieu Advies gebruikgemaakt van gegevens die eerder zijn verzameld voor studies in opdracht van de ministeries van VROM en LNV. Voor de VleesWijzer is een aanvullende analyse uitgevoerd voor de productie van konijn.
Bij de berekening van de milieueffecten van de verschillende soorten vlees en vleesvervangers is rekening gehouden met elf verschillende variabelen, waarbij alle variabelen per kilo vlees zijn doorgerekend tot zogenoemde PDF-eenheden. PDF staat voor Potentially Disappeared Fraction of species, het verlies aan biodiversiteit ten gevolge van het productieproces.
Het rapport Naar een gecombineerde meetlat voor milieu- en dierenwelzijn van Blonk Milieu Advies is hier te downloaden.
Hoe zijn de dierenwelzijnsscores tot stand gekomen?
De dierenwelzijnsscores van de veertien soorten vlees zijn bepaald door een groep van vijftien deskundigen. Zij beoordeelden de leefomstandigheden van de verschillende dieren aan de hand van zeventien criteria, waaronder de mogelijkheid om te spelen, contact te leggen met soortgenoten en een nest te bouwen.
De milieuscores zijn berekend op basis van het verlies aan biodiversiteit. Om de resultaten van Blonk Milieuadvies en De Jonge met elkaar te kunnen combineren, zijn de dierenwelzijnscores eveneens geïnterpreteerd op basis van een verlies, in dit geval een verlies aan welzijn. De meest optimale score is geen enkel verlies van dierenwelzijn, bijvoorbeeld bij geheel plantaardig voedsel als tofu.
Omdat in de VleesWijzer ook vleesvervangers met zuivel en ei zijn opgenomen, zijn de welzijnsscores van de melkkoe en de legkip in de berekeningen betrokken. De welzijnsscore van de melkkoe maakt deel uit van het rapport Kiezen voor dierenwelzijn en is dus bekend. Het welzijn van de legkip is na een uitgebreid consult van deskundigen gelijkgesteld aan dat van de vleeskip.
Het aandeel melk en ei in vleesvervangers krijgt de bijbehorende score voor melkkoe en legkip. Het aandeel dat plantaardig is, heeft geen welzijnsverlies en krijgt dus de maximumscore. Vegaburgers bijvoorbeeld bestaan gemiddeld voor 3% uit (scharrel)kippenei-eiwit. Voor die 3% is gerekend met het welzijn van de legkip. De resterende 97% is plantaardig, waarbij geen sprake is van een verlies aan dierenwelzijn. De vleesvervanger Valess bestaat bijna helemaal uit zuivel. Voor het overgrote deel van dit product is gerekend met het welzijnsscore van de melkkoe.
Het rapport Kiezen voor dierenwelzijn van Francien de Jonge is hier te downloaden.
Welke conclusies dienen zich aan?
Vleesvervangers veroorzaken het kleinste verlies aan biodiversiteit en dierenwelzijn. Bij de vleessoorten gaan dierenwelzijn en milieu echter vaak niet gelijk op. Zo scoren lamsvlees en biologisch rundvlees goed op dierenwelzijn, maar slecht op milieu. Runderen en lammeren gebruiken veel ruimte, wat ten koste gaat van de natuur en beide dieren produceren zeer veel broeikasgassen, vooral methaan.
De vleessoorten die het minst belastend zijn voor het milieu, zoals kip, konijn en kalkoen, scoren heel slecht op het gebied van dierenwelzijn. Daarbij dient bedacht te worden dat er van deze dieren in aantallen ook nog eens heel veel moeten leven en sterven om evenveel kilo’s vlees te produceren als bijvoorbeeld een melkkoe, die ook nog eens een beter welzijn heeft.
Wie zowel het milieu als de dieren wil ontzien, doet er goed aan om minder of geen vlees te eten en te kiezen voor vleesvervangers. Bewuste consumenten die (af en toe) graag vlees eten, kunnen het best biologisch gehakt eten. Gehakt is meestal afkomstig van uitgemolken melkkoeien. Zij hebben gedurende hun 4- tot 5-jarige leven duizenden liters melk geproduceerd. De opbrengst per dier is dus relatief zeer groot en de milieugevolgen relatief klein. Ook hebben melkkoeien een relatief goed dierenwelzijn. Ook biologische kip scoort goed op beide punten.
Worden de conclusies gestaafd door andere rapporten?
De resultaten van de VleesWijzer zijn in lijn met andere gezaghebbende rapporten. De overstap van vlees naar vleesvervangers wordt door steeds meer instanties aanbevolen: een vleesarm dieet is niet alleen beter voor de gezondheid, maar ook van groot belang voor het behoud van natuur en voor het klimaat. De Food and Agriculture Organization (FAO) van de VN luidde in 2006 de noodklok met het spraakmakende rapport Livestock’s Long Shadow. De FAO stelde vast dat de veehouderij de belangrijkste veroorzaker is van de uitstoot van broeikasgassen en het verlies aan biodiversiteit.
In Nederland is eenzelfde bewustwordingsproces gaande. Het Planbureau voor de Leefomgeving, een adviesorgaan van het ministerie van VROM, echode onlangs de bezorgdheid van de FAO in de Milieubalans 2009. Het rapport benadrukt dat Nederlanders te veel dierlijke eiwitten en vetten consumeren, met welvaartsziekten als hart- en vaatziekten en kanker als gevolg. De gemiddelde Nederlander eet 70 procent meer dierlijke eiwitten dan wordt aanbevolen. De consumptie van vlees, vis en zuivel is in Nederland sinds 1960 verdubbeld.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft berekend dat het terugschroeven van de vleesconsumptie een groot effect zal hebben op de biodiversiteit en het klimaat. In de Monitor Duurzaam Nederland 2009 staat te lezen dat Nederlanders ten minste twee derde minder vlees zouden moeten eten om het tij te keren. Het CBS kwam tot de volgende conclusie: als de consumptie van Nederlanders de mondiale maat zou zijn, dan zullen in 2040 alle natuurlijke graslanden en bossen zijn omgezet in landbouwgronden, met een groot verlies aan biodiversiteit tot gevolg.
Wat is de toegevoegde waarde van de VleesWijzer?
De meeste Nederlandse consumenten zijn bereid om meer te betalen voor diervriendelijke producten, zo blijkt uit een speciale editie van de Eurobarometer. Ook gelooft het overgrote deel van de ondervraagden dat het kopen van diervriendelijke producten een positieve impact heeft op het dierenwelzijn van dieren in veehouderijen. Bovendien vindt de helft van de ondervraagden dat in Nederland te weinig maatregelen worden genomen om het welzijn van productiedieren te waarborgen.
Die bezorgdheid en welwillendheid vertaalt zich nog niet in een sterke toename van de verkoop van biologische producten. Zo bedraagt het marktaandeel van biologisch vlees momenteel niet meer dan 2,2%.
De vele labels en keurmerken die inmiddels bestaan, maken het er voor de consument vaak niet makkelijker op. Veel Nederlanders schatten hun kennis over de gevolgen van voedingsmiddelen voor dierenwelzijn en milieu niet hoog in, zo blijkt uit een recent onderzoek van LEI Wageningen UR, Eten van waarde. Maar liefst 41% van de ondervraagden zegt minder over dierenwelzijn te weten dan de gemiddelde Nederlander. Met de objectieve kennis is het inderdaad niet goed gesteld. Zo denkt 71% van de ondervraagden dat het in Nederlanden niet is toegestaan om de snavels van kippen af te branden.
De helft van de ondervraagden vindt bovendien dat het moeilijk is om het dierenwelzijn en de milieuvriendelijkheid van voedingsmiddelen te beoordelen.
De Nederlandse supermarkten spelen een belangrijke rol als het gaat om het stimuleren van een duurzaam consumptiepatroon: uit de halfjaarlijkse Supermarktmonitor Vlees en Vleesvervangers van Varkens in Nood en Milieudefensie blijkt dat de meeste supermarkten een beperkt aanbod hebben aan biologisch vlees en vleesvervangers en hoge prijzen hanteren. Ook wordt er nauwelijks reclame gemaakt voor deze producten.
De VleesWijzer werd mogelijk gemaakt door ondersteuning van de Subsidieregeling Maatschappelijke Organisaties en Milieu van het ministerie van VROM



